Bijgewerkt
1 Oktober 2009

LEEUW





23 Juli tot 24 Augustus

De Koning der Koningen, dat ben ik
Achter dit superlatief, waarin ik zowat stik
Schuilt eigenlijk zulk een wereld van schijn
Van altijd de machtigste, de moedigste, te moeten zijn

Natuurlijk wil ik met mijn manen pronken
En brullen en jagen, en lachen en lonken
Mijn vacht is immers nog gouder dan die van de Ram
En vergeleken met mijn kracht is de Stier een lam

Ik kan dus iedereen best de baas
Tenminste, die illusie koester ik, helaas
Want wie op een troon zetelt, zit kaarsrecht
En oordeelt zelfs over goed of slecht

De pracht, de praal, dat allemaal
Hoort nu eenmaal bij mijn verhaal
Een reputatie immers, daarop ga je prat
Die hou je hoog, dat is nogal wat!

Is het mijn schuld dat men mij reeds toedicht lef
Waar ik nog nauwelijks mijn stentorstem verhef
Om nog maar te zwijgen over het feit
Hoe men reageert als ik over mijn vermiljoenen loper schrijd

Nogmaals, het is niet altijd rozengeur en maneschijn
Steeds maar de grootste, de sterkste, de nobelste, te zijn
Daarom ben ik wel eens mijn onderdanen zat
En zou ik soms best willen dat men mij wat minder aanbad

© Marie-Josť VAN DEN HOUT

Free counter and web stats